Johan Van Geluwe - Biografie

Johan Van GeluweJohan van Geluwe (° 1929) is een gerenommeerde hedendaagse kunstenaar die zijn werk internationaal tentoonstelt. De eigenzinnige kunstenaar studeert architectuur aan het Sint-Lucasinstituut in Gent van 1946 tot 1953. Van 1974 tot 1994 is hij als docent aan hetzelfde Sint- Lucasinstituut verbonden. In 1991 ontvangt Johan van Geluwe de Staatsprijs voor Beeldende Kunst. Op de tentoonstelling ‘Visionair België’ (2005) in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel neemt hij een prominente plaats in. Projecten, installaties en concepten van Johan van Geluwe zijn te vinden in talrijke musea, kunstinstituten, culturele instellingen, en privéverzamelingen. De monografie Johan van Geluwe, The Museum of Museums wordt in 2005 bekroond met de Plantin- Moretusprijs als best verzorgde boek binnen de categorie kunst.
Sinds 1974 is het oeuvre van Johan van Geluwe wereldwijd gepresenteerd in talrijke tentoonstellingen.

Sinds 1969 is Johan van Geluwe directeur van de fictieve-echte instellingen A.R.T. (Art Recycling Terminal) en M.A.O. (Multinational Art Office), en is hij directeur-conservator en archivaris van het M.O.M. (The Museum of Museums). Naast deze titels, benoemt Van Geluwe zichzelf tot ARTchitect. Van Geluwe is opgeleid tot architect, was praktiserend architect en doceerde het vak. Maar hij plaatst zich buiten de architectuurdiscipline om aan de beeldende kunst methodes te ontlenen om het instituut van de architectuur ter discussie te stellen.
In zijn werk becommentarieert en reageert Van Geluwe soms op scherpe en confronterende wijze op de maatschappij. Maar nooit gaat hij brutaal in de aanval of viseert hij iemand persoonlijk. In al zijn werk vertoont hij een bijzondere gevoeligheid voor de ambiguïteit van de taal. Zijn boodschappen werken dan ook als doordenkers, die maar pijn doen in de mate dat iemand zichzelf op de korrel genomen voelt.
Centraal in de artistieke persoonlijkheid van Johan van Geluwe staat een kritische houding tegenover de maatschappij en politiek, met een aangeboren zin voor onafhankelijkheid. Hij verafschuwt de commercialisering en banalisering van de cultuur en de kunsten. Door koppig aan deze houding vast te houden biedt hij weerstand, gaat hij er tegen in en hij weigert een knecht te zijn van het kunsthandelcircuit. Daarom is zijn werk niet te koop. Met ‘The Museum of Museums’ verwerft hij vanaf de jaren zeventig bekendheid in heel Europa. Vanuit dit imaginaire museum speelt Van Geluwe met verschillende betekenislagen en invalshoeken. De relativering van de macht en de driehoeksrelatie tussen de artistieke scène, het kunstobject en het museum vormen hierbij de belangrijkste aandachtpunten.